Surah 78: An-Naba — النبأ

عَمَّ يَتَسَآءَلُونَ
Waarover stellen zij elkaar vragen?
عَنِ ٱلنَّبَإِ ٱلْعَظِيمِ
Over de geweldige aankondiging.
ٱلَّذِى هُمْ فِيهِ مُخْتَلِفُونَ
Waarover zij redetwisten.
كَلَّا سَيَعْلَمُونَ
Nee! Zij zullen het weten.
ثُمَّ كَلَّا سَيَعْلَمُونَ
Nogmaals nee, zij zullen het weten.
أَلَمْ نَجْعَلِ ٱلْأَرْضَ مِهَٰدًۭا
Hebben Wij de aarde niet tot een uitgespreide plaats gemaakt?
وَٱلْجِبَالَ أَوْتَادًۭا
En de bergen als pinnen?
وَخَلَقْنَٰكُمْ أَزْوَٰجًۭا
En Wij hebben jullie in paren geschapen.
وَجَعَلْنَا نَوْمَكُمْ سُبَاتًۭا
En Wij hebben voor jullie de slaap gemaakt, als rust.
وَجَعَلْنَا ٱلَّيْلَ لِبَاسًۭا
En Wij hebben de nacht als een bedekking gemaakt.
وَجَعَلْنَا ٱلنَّهَارَ مَعَاشًۭا
En Wij hebben de dag gemaakt om levensonderhoud te zoeken.
وَبَنَيْنَا فَوْقَكُمْ سَبْعًۭا شِدَادًۭا
En Wij hebben boven jullie zeven hechte hemelen gebouwd.
وَجَعَلْنَا سِرَاجًۭا وَهَّاجًۭا
En Wij hebben daarin een stralende lamp geplaatst.
وَأَنزَلْنَا مِنَ ٱلْمُعْصِرَٰتِ مَآءًۭ ثَجَّاجًۭا
En Wij hebben uit de wolken stromend water gezonden.
لِّنُخْرِجَ بِهِۦ حَبًّۭا وَنَبَاتًۭا
Opdat Wij daarmee graan en planten voortbrengen.
وَجَنَّٰتٍ أَلْفَافًا
En dichtbegroeide tuinen.
إِنَّ يَوْمَ ٱلْفَصْلِ كَانَ مِيقَٰتًۭا
Voorwaar, de Dag van de Beoordeling is op een vastgesteld tijdstip.
يَوْمَ يُنفَخُ فِى ٱلصُّورِ فَتَأْتُونَ أَفْوَاجًۭا
De Dag waarop op de bazuin wordt geblazen zullen jullie komen, groep na groep.
وَفُتِحَتِ ٱلسَّمَآءُ فَكَانَتْ أَبْوَٰبًۭا
En de hemel wordt geopend en zij heeft vele poorten.
وَسُيِّرَتِ ٱلْجِبَالُ فَكَانَتْ سَرَابًا
En de bergen worden verpulverd en worden tot luchtspiegelingen.
إِنَّ جَهَنَّمَ كَانَتْ مِرْصَادًۭا
Voorwaar, de Hel is als een hinderlaag.
لِّلطَّٰغِينَ مَـَٔابًۭا
Een bestemmingsoord voor de overtreders.
لَّٰبِثِينَ فِيهَآ أَحْقَابًۭا
Zij verblijven eeuwig daarin.
لَّا يَذُوقُونَ فِيهَا بَرْدًۭا وَلَا شَرَابًا
Zij zullen daarin geen koelte en geen drank proeven.
إِلَّا حَمِيمًۭا وَغَسَّاقًۭا
Behalve kokend water en etter.
جَزَآءًۭ وِفَاقًا
Als passende vergelding.
إِنَّهُمْ كَانُوا۟ لَا يَرْجُونَ حِسَابًۭا
Voorwaar, zij verwachtten nooit een afrekening.
وَكَذَّبُوا۟ بِـَٔايَٰتِنَا كِذَّابًۭا
En loochenden Onze Verzen geheel.
وَكُلَّ شَىْءٍ أَحْصَيْنَٰهُ كِتَٰبًۭا
En Wij hebben alle zaken in een Boek opgesomd.
فَذُوقُوا۟ فَلَن نَّزِيدَكُمْ إِلَّا عَذَابًا
Proeft daarom de straf, en er is voor jullie geen vermeerdering, behalve van de bestraffing.
إِنَّ لِلْمُتَّقِينَ مَفَازًا
Voorwaar, voor de Moettaqôen is er een overwinning.
حَدَآئِقَ وَأَعْنَٰبًۭا
Tuinen en druivenstruiken.
وَكَوَاعِبَ أَتْرَابًۭا
En jeugdige gezellinnen, gelijk in leeftijd.
وَكَأْسًۭا دِهَاقًۭا
En een gevulde beker.
لَّا يَسْمَعُونَ فِيهَا لَغْوًۭا وَلَا كِذَّٰبًۭا
Zij horen daar geen onzin en geen leugens.
جَزَآءًۭ مِّن رَّبِّكَ عَطَآءً حِسَابًۭا
Als een beloning van jouw Heer, als afrekenende gift.
رَّبِّ ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ وَمَا بَيْنَهُمَا ٱلرَّحْمَٰنِ ۖ لَا يَمْلِكُونَ مِنْهُ خِطَابًۭا
De Heer der hemelen en der aarde en wat er tussen beide is, de Barmhartige. Zij zijn niet in staat Hem aan te spreken.
يَوْمَ يَقُومُ ٱلرُّوحُ وَٱلْمَلَٰٓئِكَةُ صَفًّۭا ۖ لَّا يَتَكَلَّمُونَ إِلَّا مَنْ أَذِنَ لَهُ ٱلرَّحْمَٰنُ وَقَالَ صَوَابًۭا
Op die Dag staan de Geest (Djibrîl) en de Engelen in rijen opgesteld. Zij spreken niet, behalve na wie de Barmhartige toestemming verleent en die zegt wat juist is.
ذَٰلِكَ ٱلْيَوْمُ ٱلْحَقُّ ۖ فَمَن شَآءَ ٱتَّخَذَ إِلَىٰ رَبِّهِۦ مَـَٔابًا
Dat is de Dag van de Waarheid. Laat wie wil daarom een terugkeer naar zijn Heer afleggen.
إِنَّآ أَنذَرْنَٰكُمْ عَذَابًۭا قَرِيبًۭا يَوْمَ يَنظُرُ ٱلْمَرْءُ مَا قَدَّمَتْ يَدَاهُ وَيَقُولُ ٱلْكَافِرُ يَٰلَيْتَنِى كُنتُ تُرَٰبًۢا
Voorwaar, Wij hebben jullie gewaarschuwd voor een nabije bestraffing op de Dag dat de mens zal kijken naar wat zijn handen vroeger bedreven, en waarop de ongelovige zal zeggen: "O wee, was ik maar aarde."

Surah 79: An-Naziat — النازعات

وَٱلنَّٰزِعَٰتِ غَرْقًۭا
Bij de hard uitrukkenden.
وَٱلنَّٰشِطَٰتِ نَشْطًۭا
Bij de zacht uittrekkenden.
وَٱلسَّٰبِحَٰتِ سَبْحًۭا
Bij de snel uitvoerenden.
فَٱلسَّٰبِقَٰتِ سَبْقًۭا
De snel voorbijstrevenden.
فَٱلْمُدَبِّرَٰتِ أَمْرًۭا
De uitvoerenden van een bevel.
يَوْمَ تَرْجُفُ ٱلرَّاجِفَةُ
Op de Dag waarop de bevende doet beven.
تَتْبَعُهَا ٱلرَّادِفَةُ
Zal deze gevolgd worden door de (tweede) beving.
قُلُوبٌۭ يَوْمَئِذٍۢ وَاجِفَةٌ
De harten zullen op die Dag bonzen.
أَبْصَٰرُهَا خَٰشِعَةٌۭ
Hun ogen zullen angstig teneergeslagen zijn.
يَقُولُونَ أَءِنَّا لَمَرْدُودُونَ فِى ٱلْحَافِرَةِ
Zij zeggen: "Zullen wij zeker worden teruggebracht in de vorige staat?
أَءِذَا كُنَّا عِظَٰمًۭا نَّخِرَةًۭ
Als wij vergruisde beenderen zijn geworden?"
قَالُوا۟ تِلْكَ إِذًۭا كَرَّةٌ خَاسِرَةٌۭ
Zij zeggen: "Dat is dan een verliesgevende terugkeer.
فَإِنَّمَا هِىَ زَجْرَةٌۭ وَٰحِدَةٌۭ
En voorwaar, het zal slechts één enkele stoot zijn.
فَإِذَا هُم بِٱلسَّاهِرَةِ
En dan staan zij op het aardoppervlak.
هَلْ أَتَىٰكَ حَدِيثُ مُوسَىٰٓ
Heeft het verhaal van Môesa jou bereikt?
إِذْ نَادَىٰهُ رَبُّهُۥ بِٱلْوَادِ ٱلْمُقَدَّسِ طُوًى
Toen zijn Heer hem riep in de heilige vallei van Thoewa.
ٱذْهَبْ إِلَىٰ فِرْعَوْنَ إِنَّهُۥ طَغَىٰ
(Allah zei:) "Ga naar Fir'aun: voorwaar, hij was in overtreding.
فَقُلْ هَل لَّكَ إِلَىٰٓ أَن تَزَكَّىٰ
En zeg tot hem: "Heb jij de wil om jezelf te reinigen (van zonde)?
وَأَهْدِيَكَ إِلَىٰ رَبِّكَ فَتَخْشَىٰ
En dat ik jou tot jouw Heer zal leiden, zodat jij (Hem) vreest?"
فَأَرَىٰهُ ٱلْءَايَةَ ٱلْكُبْرَىٰ
En hij toonde hem de grote Tekenen (wonderen).
فَكَذَّبَ وَعَصَىٰ
Maar hij loochende en was ongehoorzaam.
ثُمَّ أَدْبَرَ يَسْعَىٰ
Vervolgens draaide hij zich om en vluchtte.
فَحَشَرَ فَنَادَىٰ
Toen verzamelde hij (zijn tovenaars) en riep uit.
فَقَالَ أَنَا۠ رَبُّكُمُ ٱلْأَعْلَىٰ
En zei: "Ik ben jullie heer, de hoogste."
فَأَخَذَهُ ٱللَّهُ نَكَالَ ٱلْءَاخِرَةِ وَٱلْأُولَىٰٓ
En Allah greep hem met de bestraffing voor het eerste en het laatste (van wat hij zei)."
إِنَّ فِى ذَٰلِكَ لَعِبْرَةًۭ لِّمَن يَخْشَىٰٓ
Voorwaar, daarin is zeker onderricht voor wie (Allah) vreest.
ءَأَنتُمْ أَشَدُّ خَلْقًا أَمِ ٱلسَّمَآءُ ۚ بَنَىٰهَا
Is de schepping van jullie moeilijker dan die van de hemel die Hij gebouwd heeft?
رَفَعَ سَمْكَهَا فَسَوَّىٰهَا
Hij verhief haar (de hemel) en vervolmaakte haar.
وَأَغْطَشَ لَيْلَهَا وَأَخْرَجَ ضُحَىٰهَا
En Hij maakte haar nacht duister en Hij maakte haar dag licht.
وَٱلْأَرْضَ بَعْدَ ذَٰلِكَ دَحَىٰهَآ
En daarna spreidde Hij de aarde uit.
أَخْرَجَ مِنْهَا مَآءَهَا وَمَرْعَىٰهَا
En Hij bracht uit haar haar water en planten tevoorschijn.
وَٱلْجِبَالَ أَرْسَىٰهَا
En Hij verstevigde de bergen.
مَتَٰعًۭا لَّكُمْ وَلِأَنْعَٰمِكُمْ
Als een voorziening voor jullie en voor jullie vee.
فَإِذَا جَآءَتِ ٱلطَّآمَّةُ ٱلْكُبْرَىٰ
Wanneer dan de overweldigende gebeurtenis plaatsvindt.
يَوْمَ يَتَذَكَّرُ ٱلْإِنسَٰنُ مَا سَعَىٰ
Op die Dag zal de mens zich herinneren wat hij bedreef.
وَبُرِّزَتِ ٱلْجَحِيمُ لِمَن يَرَىٰ
En de Hel zal getoond worden aan wie ziet.
فَأَمَّا مَن طَغَىٰ
Wat betreft degene die overtrad.
وَءَاثَرَ ٱلْحَيَوٰةَ ٱلدُّنْيَا
En de voorkeur gaf aan het wereldse leven.
فَإِنَّ ٱلْجَحِيمَ هِىَ ٱلْمَأْوَىٰ
Voorwaar, de Hel is de verblijfplaats!
وَأَمَّا مَنْ خَافَ مَقَامَ رَبِّهِۦ وَنَهَى ٱلنَّفْسَ عَنِ ٱلْهَوَىٰ
En wat betreft degene die de macht van zijn Heer vreesde en zijn ziel weerhield van slechte begeerten.
فَإِنَّ ٱلْجَنَّةَ هِىَ ٱلْمَأْوَىٰ
Voorwaar, het Paradijs is de verblijfplaats.
يَسْـَٔلُونَكَ عَنِ ٱلسَّاعَةِ أَيَّانَ مُرْسَىٰهَا
Zij vragen jou naar het Uur: "Wanneer zal het plaatsvinden?"
فِيمَ أَنتَ مِن ذِكْرَىٰهَآ
Hoe kan jij dat noemen?
إِلَىٰ رَبِّكَ مُنتَهَىٰهَآ
Bij jouw Heer is de kennis daarover.
إِنَّمَآ أَنتَ مُنذِرُ مَن يَخْشَىٰهَا
Voorwaar, jij bent slechts een vermaner voor wie het (Uur) vreest.
كَأَنَّهُمْ يَوْمَ يَرَوْنَهَا لَمْ يَلْبَثُوٓا۟ إِلَّا عَشِيَّةً أَوْ ضُحَىٰهَا
Op de Dag dat zij het (Uur) zien, zal het zijn alsof zij slechts een avond of de morgen op de aarde verbleven.

Surah 80: Abasa — عبس

عَبَسَ وَتَوَلَّىٰٓ
Hij (Moehammad) fronste en wendde zich af.
أَن جَآءَهُ ٱلْأَعْمَىٰ
Omdat de blinde tot hem kwam.
وَمَا يُدْرِيكَ لَعَلَّهُۥ يَزَّكَّىٰٓ
En wat doet jou het weten, misschien wilde hij zich reinigen (van zonden).
أَوْ يَذَّكَّرُ فَتَنفَعَهُ ٱلذِّكْرَىٰٓ
Of zich laten onderrichten en zou het onderricht hem baten.
أَمَّا مَنِ ٱسْتَغْنَىٰ
Wat betreft degene die zich behoefteloos waant.
فَأَنتَ لَهُۥ تَصَدَّىٰ
Aan hem schenk jij alle aandacht.
وَمَا عَلَيْكَ أَلَّا يَزَّكَّىٰ
Terwijl jij niet verantwoordelijk bent als hij zich niet reinigt.
وَأَمَّا مَن جَآءَكَ يَسْعَىٰ
Maar wat betreft degene die haastig tot jou kwam.
وَهُوَ يَخْشَىٰ
En hij vreest (Allah).
فَأَنتَ عَنْهُ تَلَهَّىٰ
Aan hem schenk jij geen aandacht.
كَلَّآ إِنَّهَا تَذْكِرَةٌۭ
Nee! Voorwaar, het is een Vermaning.
فَمَن شَآءَ ذَكَرَهُۥ
Laat wie het wil er lering uit trekken.
فِى صُحُفٍۢ مُّكَرَّمَةٍۢ
(Geschreven) op edele bladen.
مَّرْفُوعَةٍۢ مُّطَهَّرَةٍۭ
Verheven en gereinigd.
بِأَيْدِى سَفَرَةٍۢ
Door de handen van schrijvers (Engelen).
كِرَامٍۭ بَرَرَةٍۢ
Edel, deugdzaam.
قُتِلَ ٱلْإِنسَٰنُ مَآ أَكْفَرَهُۥ
Verdoemd is de mens. Hoe ondankbaar is hij!
مِنْ أَىِّ شَىْءٍ خَلَقَهُۥ
Waaruit heeft Hij hem geschapen?
مِن نُّطْفَةٍ خَلَقَهُۥ فَقَدَّرَهُۥ
Hij heeft hem uit een druppel geschapen en daarna voor hem beschikt.
ثُمَّ ٱلسَّبِيلَ يَسَّرَهُۥ
Daarna vergemakkelijkt Hij voor hem de Weg.
ثُمَّ أَمَاتَهُۥ فَأَقْبَرَهُۥ
Vervolgens doet Hij hem sterven en doet Hij hem begraven.
ثُمَّ إِذَا شَآءَ أَنشَرَهُۥ
Daarop, als Hij het wil, wekt Hij hem op.
كَلَّا لَمَّا يَقْضِ مَآ أَمَرَهُۥ
Nee, hij heeft nog niet verricht wat Hij hem opdroeg.
فَلْيَنظُرِ ٱلْإِنسَٰنُ إِلَىٰ طَعَامِهِۦٓ
Laat de mens dan naar zijn voedsel kijken.
أَنَّا صَبَبْنَا ٱلْمَآءَ صَبًّۭا
Voorwaar, Wij doen het water in stromen neerkomen.
ثُمَّ شَقَقْنَا ٱلْأَرْضَ شَقًّۭا
Daarna doen Wij de aarde openploegen.
فَأَنۢبَتْنَا فِيهَا حَبًّۭا
Dan doen Wij daarin granen groeien.
وَعِنَبًۭا وَقَضْبًۭا
En druiven en groenten.
وَزَيْتُونًۭا وَنَخْلًۭا
En olijfbomen on dadelpalmen.
وَحَدَآئِقَ غُلْبًۭا
En dichtbegroeide gaarden.
وَفَٰكِهَةًۭ وَأَبًّۭا
En vruchten en weidegras.
مَّتَٰعًۭا لَّكُمْ وَلِأَنْعَٰمِكُمْ
Als een voorziening voor jullie en voor jullie vee.
فَإِذَا جَآءَتِ ٱلصَّآخَّةُ
En wanneer dan de bazuinstoot komt.
يَوْمَ يَفِرُّ ٱلْمَرْءُ مِنْ أَخِيهِ
Op die Dag vlucht de mens van zijn broeder.
وَأُمِّهِۦ وَأَبِيهِ
En van zijn moeder en zijn vader.
وَصَٰحِبَتِهِۦ وَبَنِيهِ
En van zijn vrouw en van zijn kinderen.
لِكُلِّ ٱمْرِئٍۢ مِّنْهُمْ يَوْمَئِذٍۢ شَأْنٌۭ يُغْنِيهِ
Een ieder ven hen zal op die Dag een bezigheid hebben die hem genoeg is.
وُجُوهٌۭ يَوْمَئِذٍۢ مُّسْفِرَةٌۭ
Gezichten (van de gelovigen) zullen op die Dag stralen.
ضَاحِكَةٌۭ مُّسْتَبْشِرَةٌۭ
Lachend, verblijd.
وَوُجُوهٌۭ يَوْمَئِذٍ عَلَيْهَا غَبَرَةٌۭ
En gezichten (van de ongelovigen) zullen op die Dag met stof bedekt Zijn.
تَرْهَقُهَا قَتَرَةٌ
En een duisternis zal hen omhullen.
أُو۟لَٰٓئِكَ هُمُ ٱلْكَفَرَةُ ٱلْفَجَرَةُ
Zij zijn degenen die de zondige ongelovigen zijn.

Surah 81: At-Takwir — التكوير

إِذَا ٱلشَّمْسُ كُوِّرَتْ
Wanneer de zon opgerold wordt.
وَإِذَا ٱلنُّجُومُ ٱنكَدَرَتْ
En wanneer de sterren vallen.
وَإِذَا ٱلْجِبَالُ سُيِّرَتْ
En wanneer de bergen bewogen worden.
وَإِذَا ٱلْعِشَارُ عُطِّلَتْ
En wanneer de drachtige kamelen achtergelaten worden.
وَإِذَا ٱلْوُحُوشُ حُشِرَتْ
En wanneer de wilde dieren verzameld worden.
وَإِذَا ٱلْبِحَارُ سُجِّرَتْ
En wanneer de zeeën tot koken gebracht worden.
وَإِذَا ٱلنُّفُوسُ زُوِّجَتْ
En wanneer de zielen verenigd worden.
وَإِذَا ٱلْمَوْءُۥدَةُ سُئِلَتْ
En wanneer het levend begraven meisje ondervraagd wordt.
بِأَىِّ ذَنۢبٍۢ قُتِلَتْ
Voor welke zonde zij gedood werd.
وَإِذَا ٱلصُّحُفُ نُشِرَتْ
En wanneer de bladen opengeslagen worden.
وَإِذَا ٱلسَّمَآءُ كُشِطَتْ
En wanneer de hemel afgestroopt wordt.
وَإِذَا ٱلْجَحِيمُ سُعِّرَتْ
En wanneer Djahîm (de Hel) ontstoken wordt.
وَإِذَا ٱلْجَنَّةُ أُزْلِفَتْ
En wanneer het Paradijs nabij gebracht wordt.
عَلِمَتْ نَفْسٌۭ مَّآ أَحْضَرَتْ
Dan weet een ziel wat zij verricht heeft.
فَلَآ أُقْسِمُ بِٱلْخُنَّسِ
Ik zweer bij de sterren.
ٱلْجَوَارِ ٱلْكُنَّسِ
De voortspoedenden, de ondergaanden.
وَٱلَّيْلِ إِذَا عَسْعَسَ
En bij de nacht wanneer hij opdoemt.
وَٱلصُّبْحِ إِذَا تَنَفَّسَ
En bij de dageraad wanneer hij gloort.
إِنَّهُۥ لَقَوْلُ رَسُولٍۢ كَرِيمٍۢ
Voorwaar, het is zeker het woord van een edele Boodschapper.
ذِى قُوَّةٍ عِندَ ذِى ٱلْعَرْشِ مَكِينٍۢ
Een bezitter van kracht die een ereplaats heeft bij de Bezitter van de Troon.
مُّطَاعٍۢ ثَمَّ أَمِينٍۢ
Die gehoorzaamd wordt en betrouwbaar is.
وَمَا صَاحِبُكُم بِمَجْنُونٍۢ
En jullie metgezel (Moehammad) is niet bezeten.
وَلَقَدْ رَءَاهُ بِٱلْأُفُقِ ٱلْمُبِينِ
En voorzeker, hij heeft hem (Djibrîl) aan de heldere horizon gezien.
وَمَا هُوَ عَلَى ٱلْغَيْبِ بِضَنِينٍۢ
En hij is niet achterhoudend (met berichten) over het onwaarneembare.
وَمَا هُوَ بِقَوْلِ شَيْطَٰنٍۢ رَّجِيمٍۢ
En het is niet het Woord van een vervloekte Satan.
فَأَيْنَ تَذْهَبُونَ
Waarheen wenden jullie je dan?
إِنْ هُوَ إِلَّا ذِكْرٌۭ لِّلْعَٰلَمِينَ
Dit is niets anders dan een Vermaning voor de werelden.
لِمَن شَآءَ مِنكُمْ أَن يَسْتَقِيمَ
Voor wie van jullie het rechte (Pad) wil volgen.
وَمَا تَشَآءُونَ إِلَّآ أَن يَشَآءَ ٱللَّهُ رَبُّ ٱلْعَٰلَمِينَ
En jullie kunnen niets willen, behalve wanneer Allah, de Heer der Werelden, het wil.

Surah 82: Al-Infitar — الإنفطار

إِذَا ٱلسَّمَآءُ ٱنفَطَرَتْ
Wanneer de hemel gespleten wordt.
وَإِذَا ٱلْكَوَاكِبُ ٱنتَثَرَتْ
En wanneer de sterren vallen.
وَإِذَا ٱلْبِحَارُ فُجِّرَتْ
En wanneer de zeeën overstromen.
وَإِذَا ٱلْقُبُورُ بُعْثِرَتْ
En wanneer de graven worden omgekeerd.
عَلِمَتْ نَفْسٌۭ مَّا قَدَّمَتْ وَأَخَّرَتْ
Dan weet de ziel wat zij heeft verricht en wat zij nagelaten heeft.
يَٰٓأَيُّهَا ٱلْإِنسَٰنُ مَا غَرَّكَ بِرَبِّكَ ٱلْكَرِيمِ
O mens, wat heeft jou weggeleid van jouw Heer, de Edele?
ٱلَّذِى خَلَقَكَ فَسَوَّىٰكَ فَعَدَلَكَ
Degene Die jou geschapen heeft en daarna vervolmaakte en de juiste verhoudingen gaf?
فِىٓ أَىِّ صُورَةٍۢ مَّا شَآءَ رَكَّبَكَ
In welke vorm Hij ook wilde heeft Hij jou samengesteld.
كَلَّا بَلْ تُكَذِّبُونَ بِٱلدِّينِ
Nee, jullie loochenen zelfs de Dag des Oordeels.
وَإِنَّ عَلَيْكُمْ لَحَٰفِظِينَ
En voorwaar, er zijn zeker bewakers (Engelen) over jullie.
كِرَامًۭا كَٰتِبِينَ
Eervollen, schrijvenden.
يَعْلَمُونَ مَا تَفْعَلُونَ
Zij weten wat jullie doen.
إِنَّ ٱلْأَبْرَارَ لَفِى نَعِيمٍۢ
Voorwaar, de deugdzamen verkeren zeker in gelukzaligheid.
وَإِنَّ ٱلْفُجَّارَ لَفِى جَحِيمٍۢ
En voorwaar, de zondaren verkeren zeker in de Hel.
يَصْلَوْنَهَا يَوْمَ ٱلدِّينِ
Zij gaan erin op de Dag des Oordeels.
وَمَا هُمْ عَنْهَا بِغَآئِبِينَ
En zij zullen er nooit afwezig zijn.
وَمَآ أَدْرَىٰكَ مَا يَوْمُ ٱلدِّينِ
En wat doet jou weten wat de Dag des Oordeels is?
ثُمَّ مَآ أَدْرَىٰكَ مَا يَوْمُ ٱلدِّينِ
Nogmaals, wat doet jou weten wat de Dag des Oordeels is?
يَوْمَ لَا تَمْلِكُ نَفْسٌۭ لِّنَفْسٍۢ شَيْـًۭٔا ۖ وَٱلْأَمْرُ يَوْمَئِذٍۢ لِّلَّهِ
Op die Dag is geen ziel bij machte iets voor een (andere) ziel te doen. En het bevel behoort op die Dag aan Allah.

Surah 83: Al-Mutaffifin — المطففين

وَيْلٌۭ لِّلْمُطَفِّفِينَ
Wee de zwendelaars!
ٱلَّذِينَ إِذَا ٱكْتَالُوا۟ عَلَى ٱلنَّاسِ يَسْتَوْفُونَ
Degenen die wanneer zij mensen voor zich laten wegen de volle maat eisen.
وَإِذَا كَالُوهُمْ أَو وَّزَنُوهُمْ يُخْسِرُونَ
Maar wanneer zij voor anderen afmeten of voor hen afwegen, benadelen zij (hen).
أَلَا يَظُنُّ أُو۟لَٰٓئِكَ أَنَّهُم مَّبْعُوثُونَ
Zijn diegenen dan er niet van overtuigd dat zij opgewekt zullen worden?
لِيَوْمٍ عَظِيمٍۢ
Op een geweldige Dag?
يَوْمَ يَقُومُ ٱلنَّاسُ لِرَبِّ ٱلْعَٰلَمِينَ
Op de Dag waarop de mensen voor de Heer der Werelden staan?
كَلَّآ إِنَّ كِتَٰبَ ٱلْفُجَّارِ لَفِى سِجِّينٍۢ
Nee, voorwaar, het boek van de zondigen is in Siddjîen.
وَمَآ أَدْرَىٰكَ مَا سِجِّينٌۭ
En wat doet jou weten wat Siddjîen is?
كِتَٰبٌۭ مَّرْقُومٌۭ
Een volbeschreven boek.
وَيْلٌۭ يَوْمَئِذٍۢ لِّلْمُكَذِّبِينَ
Wee die Dag de loochenaars!
ٱلَّذِينَ يُكَذِّبُونَ بِيَوْمِ ٱلدِّينِ
Degenen die de Dag des Oordeels loochenen.
وَمَا يُكَذِّبُ بِهِۦٓ إِلَّا كُلُّ مُعْتَدٍ أَثِيمٍ
En niemand loochent die behalve elke zondige overtreder.
إِذَا تُتْلَىٰ عَلَيْهِ ءَايَٰتُنَا قَالَ أَسَٰطِيرُ ٱلْأَوَّلِينَ
Wanneer Onze Verzen aan hem worden voorgedragen, zegt hij: "Fabels van de vroegeren!"
كَلَّا ۖ بَلْ ۜ رَانَ عَلَىٰ قُلُوبِهِم مَّا كَانُوا۟ يَكْسِبُونَ
Nee! Wat zij plachten te doen heeft zelfs hun harten bedekt.
كَلَّآ إِنَّهُمْ عَن رَّبِّهِمْ يَوْمَئِذٍۢ لَّمَحْجُوبُونَ
Nee, voorwaar, zij zullen zeker op die Dag van hun Heer afgescheiden zijn.
ثُمَّ إِنَّهُمْ لَصَالُوا۟ ٱلْجَحِيمِ
Vervolgens zullen zij zeker Djahîm (de Hel) binnengaan.
ثُمَّ يُقَالُ هَٰذَا ٱلَّذِى كُنتُم بِهِۦ تُكَذِّبُونَ
Daarop wordt gezegd: "Dit is dat wat jullie plachten te loochenen."
كَلَّآ إِنَّ كِتَٰبَ ٱلْأَبْرَارِ لَفِى عِلِّيِّينَ
Nee! Voorwaar, het boek van de deugdzamen is zeker in 'Illiyyôen.
وَمَآ أَدْرَىٰكَ مَا عِلِّيُّونَ
En wat doet jou weten wat 'Illiyyôen is?
كِتَٰبٌۭ مَّرْقُومٌۭ
Een volbeschreven Boek.
يَشْهَدُهُ ٱلْمُقَرَّبُونَ
De bij (Allah) gebrachten zijn er getuigen van.
إِنَّ ٱلْأَبْرَارَ لَفِى نَعِيمٍ
Voorwaar, de deugdzamen zullen zeker in Na'im (het Paradijs) vertoeven.
عَلَى ٱلْأَرَآئِكِ يَنظُرُونَ
Op rustbanken kijken zij toe.
تَعْرِفُ فِى وُجُوهِهِمْ نَضْرَةَ ٱلنَّعِيمِ
Jij herkent in hun gezichten de stralende gelukzaligheid
يُسْقَوْنَ مِن رَّحِيقٍۢ مَّخْتُومٍ
Hun wordt verzegeld drinken ingeschonken.
خِتَٰمُهُۥ مِسْكٌۭ ۚ وَفِى ذَٰلِكَ فَلْيَتَنَافَسِ ٱلْمُتَنَٰفِسُونَ
Waarvan het zegel van muskus is, en laten de wedijveraars hierom dan wedijveren.
وَمِزَاجُهُۥ مِن تَسْنِيمٍ
En zijn mengdrank is van (de bron) Tasmîm.
عَيْنًۭا يَشْرَبُ بِهَا ٱلْمُقَرَّبُونَ
Een bron waarvan de nabijgebrachten drinken.
إِنَّ ٱلَّذِينَ أَجْرَمُوا۟ كَانُوا۟ مِنَ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ يَضْحَكُونَ
Voorwaar, degenen die zondigden plachten over degenen die geloofden te lachen.
وَإِذَا مَرُّوا۟ بِهِمْ يَتَغَامَزُونَ
En wanneer zij aan hen voorbijgingen, knipoogden zij naar elkaar.
وَإِذَا ٱنقَلَبُوٓا۟ إِلَىٰٓ أَهْلِهِمُ ٱنقَلَبُوا۟ فَكِهِينَ
En wanneer zij terugkeerden naar hun volk, keerden zij verheugd terug.
وَإِذَا رَأَوْهُمْ قَالُوٓا۟ إِنَّ هَٰٓؤُلَآءِ لَضَآلُّونَ
En wanneer zij hen zagen, zeiden zij: "Voorwaar, zij zijn zeker dwalend."
وَمَآ أُرْسِلُوا۟ عَلَيْهِمْ حَٰفِظِينَ
En zij zijn niet als bewakers over hen gezonden.
فَٱلْيَوْمَ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ مِنَ ٱلْكُفَّارِ يَضْحَكُونَ
Maar op deze Dag zullen degenen die geloven lachen over de ongelovigen.
عَلَى ٱلْأَرَآئِكِ يَنظُرُونَ
Op rustbanken kijken zij toe.
هَلْ ثُوِّبَ ٱلْكُفَّارُ مَا كَانُوا۟ يَفْعَلُونَ
Worden de ongelovigen niet vergolden voor wat zij plachten te doen?

Surah 84: Al-Inshiqaq — الإنشقاق

إِذَا ٱلسَّمَآءُ ٱنشَقَّتْ
Wanneer de hemel verscheurd wordt.
وَأَذِنَتْ لِرَبِّهَا وَحُقَّتْ
En hij (de hemel) naar zijn Heer luistert en zijn plicht vervult.
وَإِذَا ٱلْأَرْضُ مُدَّتْ
En wanneer de aarde uitgespreid wordt.
وَأَلْقَتْ مَا فِيهَا وَتَخَلَّتْ
En uitwerpt wat in haar is en zich ledigt.
وَأَذِنَتْ لِرَبِّهَا وَحُقَّتْ
En zij naar haar Heer luistert en haar plicht vervult.
يَٰٓأَيُّهَا ٱلْإِنسَٰنُ إِنَّكَ كَادِحٌ إِلَىٰ رَبِّكَ كَدْحًۭا فَمُلَٰقِيهِ
O mens: voorwaar, jij streeft moeizaam naar jouw Heer en jij zult Hem ontmoeten.
فَأَمَّا مَنْ أُوتِىَ كِتَٰبَهُۥ بِيَمِينِهِۦ
Wat betreft degene die dan zijn boek in zijn rechterhand wordt gegeven.
فَسَوْفَ يُحَاسَبُ حِسَابًۭا يَسِيرًۭا
Hij zal een lichte afrekening berekend worden.
وَيَنقَلِبُ إِلَىٰٓ أَهْلِهِۦ مَسْرُورًۭا
En hij zal verheugd tot zijn familie terugkeren.
وَأَمَّا مَنْ أُوتِىَ كِتَٰبَهُۥ وَرَآءَ ظَهْرِهِۦ
En wat betreft degene die dan zijn boek achter zijn rug wordt gegeven.
فَسَوْفَ يَدْعُوا۟ ثُبُورًۭا
Hij zal om vernietiging schreeuwen.
وَيَصْلَىٰ سَعِيرًا
En hij zal in Sa'îr (de Hel) binnengaan.
إِنَّهُۥ كَانَ فِىٓ أَهْلِهِۦ مَسْرُورًا
Voorwaar, bij zijn familie was hij verheugd.
إِنَّهُۥ ظَنَّ أَن لَّن يَحُورَ
Voorwaar, hij dacht dat hij nooit (naar zijn Heer) zou terugkeren.
بَلَىٰٓ إِنَّ رَبَّهُۥ كَانَ بِهِۦ بَصِيرًۭا
Nee! Voorwaar, zijn Heer sloeg hem gade.
فَلَآ أُقْسِمُ بِٱلشَّفَقِ
Ik zweer bij het avondrood.
وَٱلَّيْلِ وَمَا وَسَقَ
En bij de nacht en wat hij omhult.
وَٱلْقَمَرِ إِذَا ٱتَّسَقَ
En bij de maan wanneer zij vol is.
لَتَرْكَبُنَّ طَبَقًا عَن طَبَقٍۢ
Jullie zullen zeker voortgaan, van fase naar fase.
فَمَا لَهُمْ لَا يُؤْمِنُونَ
Wat is er met hen, dat zij niet geloven?
وَإِذَا قُرِئَ عَلَيْهِمُ ٱلْقُرْءَانُ لَا يَسْجُدُونَ ۩
En wanneer de Koran aan hen wordt voorgedragen knielen zij niet neer.
بَلِ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ يُكَذِّبُونَ
Degenen die niet geloven loochenen zelfs.
وَٱللَّهُ أَعْلَمُ بِمَا يُوعُونَ
Maar Allah weet het beste wat zij verbergen.
فَبَشِّرْهُم بِعَذَابٍ أَلِيمٍ
Verkondig hun dan een pijnlijke bestraffing.
إِلَّا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّٰلِحَٰتِ لَهُمْ أَجْرٌ غَيْرُ مَمْنُونٍۭ
Behalve degenen die geloven en goede daden verrichten, voor hen is er een oneindige beloning.

Surah 85: Al-Buruj — البروج

وَٱلسَّمَآءِ ذَاتِ ٱلْبُرُوجِ
Bij de hemel en zijn sterrenstelsels.
وَٱلْيَوْمِ ٱلْمَوْعُودِ
Bij de aangezegde Dag.
وَشَاهِدٍۢ وَمَشْهُودٍۢ
Bij de getuige en waarvan getuigd wordt.
قُتِلَ أَصْحَٰبُ ٱلْأُخْدُودِ
Verdoemd zijn de gravers van de kuil.
ٱلنَّارِ ذَاتِ ٱلْوَقُودِ
Van het vuur met zijn brandhout.
إِذْ هُمْ عَلَيْهَا قُعُودٌۭ
Toen zij er omheen zaten.
وَهُمْ عَلَىٰ مَا يَفْعَلُونَ بِٱلْمُؤْمِنِينَ شُهُودٌۭ
En zij getuige waren van wat zij de gelovigen aandeden.
وَمَا نَقَمُوا۟ مِنْهُمْ إِلَّآ أَن يُؤْمِنُوا۟ بِٱللَّهِ ٱلْعَزِيزِ ٱلْحَمِيدِ
En zij wreekten zich alleen op hen omdat zij geloofden in Allah, de Geweldige, de Geprezene.
ٱلَّذِى لَهُۥ مُلْكُ ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ ۚ وَٱللَّهُ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍۢ شَهِيدٌ
Degene Die de heerschappij over de hemelen en de aarde heeft. En Allah is Getuige over alle zaken.
إِنَّ ٱلَّذِينَ فَتَنُوا۟ ٱلْمُؤْمِنِينَ وَٱلْمُؤْمِنَٰتِ ثُمَّ لَمْ يَتُوبُوا۟ فَلَهُمْ عَذَابُ جَهَنَّمَ وَلَهُمْ عَذَابُ ٱلْحَرِيقِ
Voorwaar, degenen die de gelovige mannen en vrouwen bestraften en daarna geen berouw toonden, voor hen is de bestraffing van de Hel en voor hen is de verbrandende bestraffing.
إِنَّ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّٰلِحَٰتِ لَهُمْ جَنَّٰتٌۭ تَجْرِى مِن تَحْتِهَا ٱلْأَنْهَٰرُ ۚ ذَٰلِكَ ٱلْفَوْزُ ٱلْكَبِيرُ
Voorwaar, degenen die geloven en goede daden verrichten, voor hen is het Paradijs waar de rivieren onder door stromen. Dat is de grote overwinning.
إِنَّ بَطْشَ رَبِّكَ لَشَدِيدٌ
Voorwaar, de greep ven jouw Heer is zeker hard.
إِنَّهُۥ هُوَ يُبْدِئُ وَيُعِيدُ
Voorwaar, Hij is het die schept en doet herleven.
وَهُوَ ٱلْغَفُورُ ٱلْوَدُودُ
Hij is de Vergevensgezinde, de Liefdevolle.
ذُو ٱلْعَرْشِ ٱلْمَجِيدُ
Bezitter van de Troon, de Meest Vrijgevige.
فَعَّالٌۭ لِّمَا يُرِيدُ
Uitvoerder van wat Hij wil.
هَلْ أَتَىٰكَ حَدِيثُ ٱلْجُنُودِ
Heeft het bericht van de legers jou bereikt?
فِرْعَوْنَ وَثَمُودَ
Van Fir'aun en de Tsamôed?
بَلِ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ فِى تَكْذِيبٍۢ
Degenen die niet geloven gaan zelfs door met loochenen.
وَٱللَّهُ مِن وَرَآئِهِم مُّحِيطٌۢ
En Allah omsingelt hen van achteren.
بَلْ هُوَ قُرْءَانٌۭ مَّجِيدٌۭ
Het is zelfs een glorierijke Koran.
فِى لَوْحٍۢ مَّحْفُوظٍۭ
In de Lauhoelmahfôezh.

Surah 86: At-Tariq — الطارق

وَٱلسَّمَآءِ وَٱلطَّارِقِ
Bij de hemel en de verlichtende ster.
وَمَآ أَدْرَىٰكَ مَا ٱلطَّارِقُ
En wat doet jou weten wat de verlichtende ster is?
ٱلنَّجْمُ ٱلثَّاقِبُ
De doordringende ster.
إِن كُلُّ نَفْسٍۢ لَّمَّا عَلَيْهَا حَافِظٌۭ
Voorwaar, er is geen ziel of er is een bewaker over aangesteld.
فَلْيَنظُرِ ٱلْإِنسَٰنُ مِمَّ خُلِقَ
Laat de mens er daarom over denken waarvan hij geschapen is.
خُلِقَ مِن مَّآءٍۢ دَافِقٍۢ
Geschapen is hij van een spurtend water.
يَخْرُجُ مِنۢ بَيْنِ ٱلصُّلْبِ وَٱلتَّرَآئِبِ
Dat komt van tussen de lendenen en de ribben.
إِنَّهُۥ عَلَىٰ رَجْعِهِۦ لَقَادِرٌۭ
Voorwaar, Hij heeft zeker macht over zijn terugkeer.
يَوْمَ تُبْلَى ٱلسَّرَآئِرُ
Op de Dag dat de harten beproefd worden.
فَمَا لَهُۥ مِن قُوَّةٍۢ وَلَا نَاصِرٍۢ
Dan heeft hij geen kracht en geen helper.
وَٱلسَّمَآءِ ذَاتِ ٱلرَّجْعِ
Bij de hemel, regen bevattend.
وَٱلْأَرْضِ ذَاتِ ٱلصَّدْعِ
En bij de aarde, planten bevattend.
إِنَّهُۥ لَقَوْلٌۭ فَصْلٌۭ
Voorwaar, hij (de Koran) is zeker een beslissend Woord.
وَمَا هُوَ بِٱلْهَزْلِ
En hij bevat geen scherts.
إِنَّهُمْ يَكِيدُونَ كَيْدًۭا
Voorwaar, zij beramen een plan.
وَأَكِيدُ كَيْدًۭا
En Ik beraam een plan.
فَمَهِّلِ ٱلْكَٰفِرِينَ أَمْهِلْهُمْ رُوَيْدًۢا
Geef daarom de ongelovigen uitstel, geef hun even uitstel.

Surah 87: Al-Ala — الأعلى

سَبِّحِ ٱسْمَ رَبِّكَ ٱلْأَعْلَى
Prijs de naam van jouw Heer, de Hoogste.
ٱلَّذِى خَلَقَ فَسَوَّىٰ
Degene Die geschapen heeft en vervolmaakt.
وَٱلَّذِى قَدَّرَ فَهَدَىٰ
En Degene Die de maat bepaald heeft en Die geleid heeft.
وَٱلَّذِىٓ أَخْرَجَ ٱلْمَرْعَىٰ
Degene die het weidegras doet groeien.
فَجَعَلَهُۥ غُثَآءً أَحْوَىٰ
En het daarna dor (en) zwart maakt.
سَنُقْرِئُكَ فَلَا تَنسَىٰٓ
Wij zullen (de Koran) aan jou voordragen en jij zult (hem) niet vergeten.
إِلَّا مَا شَآءَ ٱللَّهُ ۚ إِنَّهُۥ يَعْلَمُ ٱلْجَهْرَ وَمَا يَخْفَىٰ
Behalve wat Allah wil. Voorwaar, Hij kent het openlijke en het verborgene.
وَنُيَسِّرُكَ لِلْيُسْرَىٰ
En Wij zullen het gemakkelijke voor jou gemakkelijk maken.
فَذَكِّرْ إِن نَّفَعَتِ ٱلذِّكْرَىٰ
Vermaan daarom, als de Vermaning (hun) baat.
سَيَذَّكَّرُ مَن يَخْشَىٰ
Wie (Allah) vreest zal zich laten vermanen.
وَيَتَجَنَّبُهَا ٱلْأَشْقَى
Maar de ellendige zal het vermijden.
ٱلَّذِى يَصْلَى ٱلنَّارَ ٱلْكُبْرَىٰ
Degene die het grote Vuur binnengaat.
ثُمَّ لَا يَمُوتُ فِيهَا وَلَا يَحْيَىٰ
Hij zal dan daarin niet sterven en niet leven.
قَدْ أَفْلَحَ مَن تَزَكَّىٰ
Hij die zich reinigt (van zijn zonden) zal waarlijk slagen.
وَذَكَرَ ٱسْمَ رَبِّهِۦ فَصَلَّىٰ
En (ook) die de Naam van zijn Heer gedenkt en de shalât verricht.
بَلْ تُؤْثِرُونَ ٱلْحَيَوٰةَ ٱلدُّنْيَا
Jullie geven immers voorrang aan het wereldse leven.
وَٱلْءَاخِرَةُ خَيْرٌۭ وَأَبْقَىٰٓ
Terwijl het Hiernamaals beter en blijvender is.
إِنَّ هَٰذَا لَفِى ٱلصُّحُفِ ٱلْأُولَىٰ
Voorwaar, dit staat zeker in de vroegere bladen.
صُحُفِ إِبْرَٰهِيمَ وَمُوسَىٰ
De bladen van Ibrâhîm en Môesa.

Surah 88: Al-Ghashiyah — الغاشية

هَلْ أَتَىٰكَ حَدِيثُ ٱلْغَٰشِيَةِ
Heeft het bericht over de Opstanding jou bereikt?
وُجُوهٌۭ يَوْمَئِذٍ خَٰشِعَةٌ
Er zijn gezichten die op die Dag angstig zijn.
عَامِلَةٌۭ نَّاصِبَةٌۭ
Werkend en zwoegend.
تَصْلَىٰ نَارًا حَامِيَةًۭ
Die de brandende Hel binnengaan.
تُسْقَىٰ مِنْ عَيْنٍ ءَانِيَةٍۢ
Hen wordt te drinken gegeven uit een kokende bron.
لَّيْسَ لَهُمْ طَعَامٌ إِلَّا مِن ضَرِيعٍۢ
Er is voor hen geen ander voedsel dan van doornen.
لَّا يُسْمِنُ وَلَا يُغْنِى مِن جُوعٍۢ
Dat niet dik maakt en de honger niet stilt.
وُجُوهٌۭ يَوْمَئِذٍۢ نَّاعِمَةٌۭ
Er zijn gezichten die op die Dag verheugd zijn.
لِّسَعْيِهَا رَاضِيَةٌۭ
Over hun streven voldaan.
فِى جَنَّةٍ عَالِيَةٍۢ
In een hooggelegen Paradijs.
لَّا تَسْمَعُ فِيهَا لَٰغِيَةًۭ
Jij hoort daarin geen zinloos gepraat.
فِيهَا عَيْنٌۭ جَارِيَةٌۭ
Daarin is een stromende bron.
فِيهَا سُرُرٌۭ مَّرْفُوعَةٌۭ
Daarin zijn verhoogde rustbanken.
وَأَكْوَابٌۭ مَّوْضُوعَةٌۭ
En gereedgezette bekers.
وَنَمَارِقُ مَصْفُوفَةٌۭ
En in rijen gezetten kussens.
وَزَرَابِىُّ مَبْثُوثَةٌ
En uitgerolde tapijten.
أَفَلَا يَنظُرُونَ إِلَى ٱلْإِبِلِ كَيْفَ خُلِقَتْ
Kijken zij dan niet naar hoe de kamelen zijn geschapen?
وَإِلَى ٱلسَّمَآءِ كَيْفَ رُفِعَتْ
En naar hoe de hemel opgeheven is?
وَإِلَى ٱلْجِبَالِ كَيْفَ نُصِبَتْ
En naar hoe de bergen stevig gegrondvest zijn?
وَإِلَى ٱلْأَرْضِ كَيْفَ سُطِحَتْ
En naar hoe de aarde uitgespreid is?
فَذَكِّرْ إِنَّمَآ أَنتَ مُذَكِّرٌۭ
Waarschuw daarom: voorwaar, jij (O Mohammed) bent slechts een waarschuwer.
لَّسْتَ عَلَيْهِم بِمُصَيْطِرٍ
Jij bent over hen geen heerser.
إِلَّا مَن تَوَلَّىٰ وَكَفَرَ
Maar degene die zich afwendt en ongelovig is.
فَيُعَذِّبُهُ ٱللَّهُ ٱلْعَذَابَ ٱلْأَكْبَرَ
Allah straft hem met de grootste bestraffing.
إِنَّ إِلَيْنَآ إِيَابَهُمْ
Voorwaar, tot Ons is hun terugkeer.
ثُمَّ إِنَّ عَلَيْنَا حِسَابَهُم
En voorwaar: aan Ons is hun afrekening.

Surah 89: Al-Fajr — الفجر

وَٱلْفَجْرِ
Bij de dageraad.
وَلَيَالٍ عَشْرٍۢ
Bij de tien nachten. (De eerste tien dagen en nachten van de maand Dzoelhiddjah)
وَٱلشَّفْعِ وَٱلْوَتْرِ
Bij het even en het oneven.
وَٱلَّيْلِ إِذَا يَسْرِ
Bij de nacht wanneer hij voorbijgaat.
هَلْ فِى ذَٰلِكَ قَسَمٌۭ لِّذِى حِجْرٍ
Is daarin geen eed voor de bezitter van verstand?
أَلَمْ تَرَ كَيْفَ فَعَلَ رَبُّكَ بِعَادٍ
Heb jij niet vernomen hoe jouw Heer de 'Âd heeft behandeld?
إِرَمَ ذَاتِ ٱلْعِمَادِ
Van de stad Iram met zijn zuilen?
ٱلَّتِى لَمْ يُخْلَقْ مِثْلُهَا فِى ٱلْبِلَٰدِ
Zoals nog nooit een stad is geschapen in de landen?
وَثَمُودَ ٱلَّذِينَ جَابُوا۟ ٱلصَّخْرَ بِٱلْوَادِ
En de Tsamôed die de rotsen uithieuwen in de vallei?
وَفِرْعَوْنَ ذِى ٱلْأَوْتَادِ
En Fir'aun, de bezitter van de pinnen?
ٱلَّذِينَ طَغَوْا۟ فِى ٱلْبِلَٰدِ
Degenen die overtraden in het land?
فَأَكْثَرُوا۟ فِيهَا ٱلْفَسَادَ
En daarin veelvuldig verderf zaaiden?
فَصَبَّ عَلَيْهِمْ رَبُّكَ سَوْطَ عَذَابٍ
Toen deed jouw Heer de gesel van de bestraffing op hen neerdalen.
إِنَّ رَبَّكَ لَبِٱلْمِرْصَادِ
Voorwaar, jouw Heer is zeker waakzaam.
فَأَمَّا ٱلْإِنسَٰنُ إِذَا مَا ٱبْتَلَىٰهُ رَبُّهُۥ فَأَكْرَمَهُۥ وَنَعَّمَهُۥ فَيَقُولُ رَبِّىٓ أَكْرَمَنِ
Wat de mens betreft, wanneer zijn Heer hem op de proef stelt en hem aanzien geeft en hem genietingen schenkt, dan zegt hij: "Mijn Heer heeft mij geëerd."
وَأَمَّآ إِذَا مَا ٱبْتَلَىٰهُ فَقَدَرَ عَلَيْهِ رِزْقَهُۥ فَيَقُولُ رَبِّىٓ أَهَٰنَنِ
Maar wanneer Hij hem beproeft, en dan zijn voorzieningen beperkt, dan zegt hij: "Mijn Heer heeft mij vernederd."
كَلَّا ۖ بَل لَّا تُكْرِمُونَ ٱلْيَتِيمَ
Nee! Jullie ondersteunen immers de wees niet.
وَلَا تَحَٰٓضُّونَ عَلَىٰ طَعَامِ ٱلْمِسْكِينِ
En jullie sporen elkaar niet aan tot het voeden van de behoeftigen.
وَتَأْكُلُونَ ٱلتُّرَاثَ أَكْلًۭا لَّمًّۭا
En jullie verteren het erfdeel inhalig.
وَتُحِبُّونَ ٱلْمَالَ حُبًّۭا جَمًّۭا
En jullie beminnen het bezit met overdreven liefde.
كَلَّآ إِذَا دُكَّتِ ٱلْأَرْضُ دَكًّۭا دَكًّۭا
Nee, wanneer de aarde met klappen verpulverd wordt.
وَجَآءَ رَبُّكَ وَٱلْمَلَكُ صَفًّۭا صَفًّۭا
En jouw Heer komt, en de Engelen, rij na rij.
وَجِا۟ىٓءَ يَوْمَئِذٍۭ بِجَهَنَّمَ ۚ يَوْمَئِذٍۢ يَتَذَكَّرُ ٱلْإِنسَٰنُ وَأَنَّىٰ لَهُ ٱلذِّكْرَىٰ
En op de Dag dat de Hel wordt getoond, op die Dag zal de mens zich (zijn slechte daden) herinneren, maar wat baat hem dan nog de herinnering?
يَقُولُ يَٰلَيْتَنِى قَدَّمْتُ لِحَيَاتِى
Hij zegt: "Wee, had ik maar goede (daden) verricht tijdens mijn leven."
فَيَوْمَئِذٍۢ لَّا يُعَذِّبُ عَذَابَهُۥٓ أَحَدٌۭ
Maar op die Dag is er niemand die straft zoals Hij.
وَلَا يُوثِقُ وَثَاقَهُۥٓ أَحَدٌۭ
En niemand knevelt zoals Hij knevelt.
يَٰٓأَيَّتُهَا ٱلنَّفْسُ ٱلْمُطْمَئِنَّةُ
O tot rust gekomen ziel!
ٱرْجِعِىٓ إِلَىٰ رَبِّكِ رَاضِيَةًۭ مَّرْضِيَّةًۭ
Keer terug tot jouw Heer, behaagd en welbehaagd (ontvangen door Hem).
فَٱدْخُلِى فِى عِبَٰدِى
En treed binnen onder Mijn dienaren.
وَٱدْخُلِى جَنَّتِى
En treed binnen in Mijn Paradijs.

Surah 90: Al-Balad — البلد

لَآ أُقْسِمُ بِهَٰذَا ٱلْبَلَدِ
Ik zweer bij deze stad (Mekka).
وَأَنتَ حِلٌّۢ بِهَٰذَا ٱلْبَلَدِ
En jij (Mohammed) bent een bewoner van deze stad.
وَوَالِدٍۢ وَمَا وَلَدَ
En bij de vader (Adam) en wat hij verwekte.
لَقَدْ خَلَقْنَا ٱلْإِنسَٰنَ فِى كَبَدٍ
Voorzeker, Wij hebben de mens tot gezwoeg geschapen.
أَيَحْسَبُ أَن لَّن يَقْدِرَ عَلَيْهِ أَحَدٌۭ
Denk hij dat niemand macht over hem heeft?
يَقُولُ أَهْلَكْتُ مَالًۭا لُّبَدًا
Hij zegt: "Ik heb veel bezit verkwist."
أَيَحْسَبُ أَن لَّمْ يَرَهُۥٓ أَحَدٌ
Denkt hij dat niemand hem ziet?
أَلَمْ نَجْعَل لَّهُۥ عَيْنَيْنِ
Hebben Wij niet voor hem een paar ogen gemaakt?
وَلِسَانًۭا وَشَفَتَيْنِ
En een tong en een paar lippen?
وَهَدَيْنَٰهُ ٱلنَّجْدَيْنِ
En hebben Wij hem niet de twee wegen (van Leiding en dwaling) gewezen?
فَلَا ٱقْتَحَمَ ٱلْعَقَبَةَ
Was hij maar over de drempel gestapt!
وَمَآ أَدْرَىٰكَ مَا ٱلْعَقَبَةُ
En wat doet jou weten wat de drempel is?
فَكُّ رَقَبَةٍ
Het vrijlaten van een slaaf.
أَوْ إِطْعَٰمٌۭ فِى يَوْمٍۢ ذِى مَسْغَبَةٍۢ
Of het geven van voedsel op een dag van hongersnood.
يَتِيمًۭا ذَا مَقْرَبَةٍ
Aan een verwante wees.
أَوْ مِسْكِينًۭا ذَا مَتْرَبَةٍۢ
Of aan een arme behoeftige.
ثُمَّ كَانَ مِنَ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَتَوَاصَوْا۟ بِٱلصَّبْرِ وَتَوَاصَوْا۟ بِٱلْمَرْحَمَةِ
En dat hij behoort tot degenen die geloven en elkaar aansporen tot geduld en elkaar aansporen tot barmhartigheid.
أُو۟لَٰٓئِكَ أَصْحَٰبُ ٱلْمَيْمَنَةِ
Zij zijn degenen die de mensen van de rechterzijde zijn (zij zijn de bewoners van het Paradijs).
وَٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ بِـَٔايَٰتِنَا هُمْ أَصْحَٰبُ ٱلْمَشْـَٔمَةِ
En degenen die niet in Onze verzen geloven; zij zijn degenen die de mensen van de linkerzijde zijn.
عَلَيْهِمْ نَارٌۭ مُّؤْصَدَةٌۢ
Over hen is een omhullend vuur (de Hel).

Surah 91: Ash-Shams — الشمس

وَٱلشَّمْسِ وَضُحَىٰهَا
Bij de zon en haar ochtendlicht.
وَٱلْقَمَرِ إِذَا تَلَىٰهَا
Bij de maan wanneer zij haar (de zon) volgt.
وَٱلنَّهَارِ إِذَا جَلَّىٰهَا
Bij de dag wanneer hij het (duister) verdrijft.
وَٱلَّيْلِ إِذَا يَغْشَىٰهَا
Bij de nacht wanneer hij haar (de aarde) bedekt.
وَٱلسَّمَآءِ وَمَا بَنَىٰهَا
Bij de hemel en Wie haar gebouwd heeft.
وَٱلْأَرْضِ وَمَا طَحَىٰهَا
Bij de aarde en Wie haar uitgespreid heeft.
وَنَفْسٍۢ وَمَا سَوَّىٰهَا
Bij de ziel en Wie haar vervolmaakt heeft.
فَأَلْهَمَهَا فُجُورَهَا وَتَقْوَىٰهَا
Hij Die haar haar zondigheid en haar vrees (voor Hem) bijgebracht heeft.
قَدْ أَفْلَحَ مَن زَكَّىٰهَا
Voorwaar, hij die haar (de ziel) loutert, zal welslagen.
وَقَدْ خَابَ مَن دَسَّىٰهَا
En waarlijk verliest hij die haar bederft.
كَذَّبَتْ ثَمُودُ بِطَغْوَىٰهَآ
De Tsamoed loochenden in hun buitensporigheid.
إِذِ ٱنۢبَعَثَ أَشْقَىٰهَا
Toen de ellendigste onder hen opstond.
فَقَالَ لَهُمْ رَسُولُ ٱللَّهِ نَاقَةَ ٱللَّهِ وَسُقْيَٰهَا
Daarop zei de Boodschapper van Allah (Shâlih) tot hen: "(Sla acht op) de vrouwtjeskameel van Allah en haar drinktijden."
فَكَذَّبُوهُ فَعَقَرُوهَا فَدَمْدَمَ عَلَيْهِمْ رَبُّهُم بِذَنۢبِهِمْ فَسَوَّىٰهَا
Maar zij loochenden hem en slachtten haar. Toen vernietigde hun Heer hen wegens hun zonden en maakte hen met de grond gelijk.
وَلَا يَخَافُ عُقْبَٰهَا
En Hij vreesde de gevolgen daarvan niet.

Surah 92: Al-Lail — الليل

وَٱلَّيْلِ إِذَا يَغْشَىٰ
Bij de nacht wanneer hij bedekt.
وَٱلنَّهَارِ إِذَا تَجَلَّىٰ
Bij de dag wanneer hij beschijnt.
وَمَا خَلَقَ ٱلذَّكَرَ وَٱلْأُنثَىٰٓ
Bij Wie de man en de vrouw schiep.
إِنَّ سَعْيَكُمْ لَشَتَّىٰ
Voorwaar, jullie daden zijn zeker verschillend.
فَأَمَّا مَنْ أَعْطَىٰ وَٱتَّقَىٰ
Wat betreft degene die geeft en (Allah) vreest.
وَصَدَّقَ بِٱلْحُسْنَىٰ
En in de goede beloning (het Paradijs) gelooft.
فَسَنُيَسِّرُهُۥ لِلْيُسْرَىٰ
Wij zullen voor hem het gemakkelijke vergemakkelijken.
وَأَمَّا مَنۢ بَخِلَ وَٱسْتَغْنَىٰ
En wat betreft degene die gierig is en zich behoefteloos waant.
وَكَذَّبَ بِٱلْحُسْنَىٰ
En die de goede beloning loochent.
فَسَنُيَسِّرُهُۥ لِلْعُسْرَىٰ
Wij zullen voor hem het moeilijke vergemakkelijken.
وَمَا يُغْنِى عَنْهُ مَالُهُۥٓ إِذَا تَرَدَّىٰٓ
En zijn bezit zal hem niet baten wanneer hij (in de Hel) valt.
إِنَّ عَلَيْنَا لَلْهُدَىٰ
Voorwaar, aan Ons is zeker de Leiding.
وَإِنَّ لَنَا لَلْءَاخِرَةَ وَٱلْأُولَىٰ
En voorwaar, Ons behoort zeker het laatste (het Hiernamaals) en het eerste (het wereldse leven).
فَأَنذَرْتُكُمْ نَارًۭا تَلَظَّىٰ
Daarom waarschuw Ik jullie voor een laaiend vuur (de Hel).
لَا يَصْلَىٰهَآ إِلَّا ٱلْأَشْقَى
Daarin gaat slechts de ergste ellendeling binnen.
ٱلَّذِى كَذَّبَ وَتَوَلَّىٰ
Die loochende en zich afwendde.
وَسَيُجَنَّبُهَا ٱلْأَتْقَى
Maar degenen die (Allah) vrezen zal daar ver van gehouden worden.
ٱلَّذِى يُؤْتِى مَالَهُۥ يَتَزَكَّىٰ
Degene die van zijn bezit geeft om zich te reinigen.
وَمَا لِأَحَدٍ عِندَهُۥ مِن نِّعْمَةٍۢ تُجْزَىٰٓ
En niet om voor een gunst aan iemand beloond te worden.
إِلَّا ٱبْتِغَآءَ وَجْهِ رَبِّهِ ٱلْأَعْلَىٰ
Maar om het welbehagen van zijn Heer, de Verhevene, te zoeken.
وَلَسَوْفَ يَرْضَىٰ
Hij zal zeker tevreden zijn.

Surah 93: Ad-Duha — الضحى

وَٱلضُّحَىٰ
Bij het ochtendlicht.
وَٱلَّيْلِ إِذَا سَجَىٰ
En bij de nacht wanneer het geheel donker is.
مَا وَدَّعَكَ رَبُّكَ وَمَا قَلَىٰ
Jouw Heer heeft jou (O Moehammad) niet verlaten en Hij is niet kwaad (op jou).
وَلَلْءَاخِرَةُ خَيْرٌۭ لَّكَ مِنَ ٱلْأُولَىٰ
En het latere (het Hiernamaals) is zeker beter voor jou dan het eerste (het wereldse leven).
وَلَسَوْفَ يُعْطِيكَ رَبُّكَ فَتَرْضَىٰٓ
En jouw Heer zal jou zeker gunsten schenken, zodat jij tevreden zult zijn.
أَلَمْ يَجِدْكَ يَتِيمًۭا فَـَٔاوَىٰ
Heeft Hij jou niet als wees gevonden en jou in bescherming genomen?
وَوَجَدَكَ ضَآلًّۭا فَهَدَىٰ
En Hij heeft jou dwalend gevonden en jou geleid.
وَوَجَدَكَ عَآئِلًۭا فَأَغْنَىٰ
En Hij heeft jou behoeftig gevonden en rijk gemaakt.
فَأَمَّا ٱلْيَتِيمَ فَلَا تَقْهَرْ
Wat de wees betreft: beledig hem niet.
وَأَمَّا ٱلسَّآئِلَ فَلَا تَنْهَرْ
En wat de bedelaar betreft: wijs hem niet af.
وَأَمَّا بِنِعْمَةِ رَبِّكَ فَحَدِّثْ
En wat de gunsten van jouw Heer betreft: spreek daarover!

Surah 94: Ash-Sharh — الشرح

أَلَمْ نَشْرَحْ لَكَ صَدْرَكَ
Hebben Wij niet jouw borst verruimd (O Mohammed)?
وَوَضَعْنَا عَنكَ وِزْرَكَ
En Wij hebben jouw last van je weggenomen.
ٱلَّذِىٓ أَنقَضَ ظَهْرَكَ
Die jouw rug belastte.
وَرَفَعْنَا لَكَ ذِكْرَكَ
En Wij hebben jouw roem verhoogd.
فَإِنَّ مَعَ ٱلْعُسْرِ يُسْرًا
Voorwaar, zo komt met de moeilijkeid de verlichting.
إِنَّ مَعَ ٱلْعُسْرِ يُسْرًۭا
Voorwaar, met de moeilijkheid komt de verlichting.
فَإِذَا فَرَغْتَ فَٱنصَبْ
Wanneer jij dan een taak volbracht hebt, streef dan (verder).
وَإِلَىٰ رَبِّكَ فَٱرْغَب
En richt jouw verlangen tot jouw Heer.

Surah 95: At-Tin — التين

وَٱلتِّينِ وَٱلزَّيْتُونِ
Bij de vijg en de olijf.
وَطُورِ سِينِينَ
Bij de berg Sinaï.
وَهَٰذَا ٱلْبَلَدِ ٱلْأَمِينِ
Bij deze veilige stad (Mekkah).
لَقَدْ خَلَقْنَا ٱلْإِنسَٰنَ فِىٓ أَحْسَنِ تَقْوِيمٍۢ
Voorzeker, Wij hebben de mens in de beste vorm geschapen.
ثُمَّ رَدَدْنَٰهُ أَسْفَلَ سَٰفِلِينَ
Daarna doen Wij hem terugkeren tot het laagste van het laagste.
إِلَّا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّٰلِحَٰتِ فَلَهُمْ أَجْرٌ غَيْرُ مَمْنُونٍۢ
Behalve degenen die geloven en goede daden verrichten. Voor hen is er een ononderbroken beloning.
فَمَا يُكَذِّبُكَ بَعْدُ بِٱلدِّينِ
Wat doet jullie dan het oordeel nog loochenen?
أَلَيْسَ ٱللَّهُ بِأَحْكَمِ ٱلْحَٰكِمِينَ
Is Allah niet de Rechtvaardigste der Rechters?

Surah 96: Al-Alaq — العلق

ٱقْرَأْ بِٱسْمِ رَبِّكَ ٱلَّذِى خَلَقَ
Lees voor! In de naam van jouw Heer, Die heeft geschapen.
خَلَقَ ٱلْإِنسَٰنَ مِنْ عَلَقٍ
Hij heeft de mens geschapen van een bloedklomp.
ٱقْرَأْ وَرَبُّكَ ٱلْأَكْرَمُ
Lees voor! En jouw Heer is de Meest Edele.
ٱلَّذِى عَلَّمَ بِٱلْقَلَمِ
Degene Die onderwezen heeft met de pen.
عَلَّمَ ٱلْإِنسَٰنَ مَا لَمْ يَعْلَمْ
Hij heeft de mens onderwezen wat hij niet wist.
كَلَّآ إِنَّ ٱلْإِنسَٰنَ لَيَطْغَىٰٓ
Nee, voorwaar, de mens is zeker in overtreding.
أَن رَّءَاهُ ٱسْتَغْنَىٰٓ
Omdat hij zichzelf als behoefteloos beschouwt.
إِنَّ إِلَىٰ رَبِّكَ ٱلرُّجْعَىٰٓ
Voorwaar, tot jouw Heer is de terugkeer.
أَرَءَيْتَ ٱلَّذِى يَنْهَىٰ
Wat denk jij van hem die verbiedt?
عَبْدًا إِذَا صَلَّىٰٓ
Een dienaar wanneer hij de shalât verricht.
أَرَءَيْتَ إِن كَانَ عَلَى ٱلْهُدَىٰٓ
Wat denk je, als hij (Mohammed) de leiding volgt?
أَوْ أَمَرَ بِٱلتَّقْوَىٰٓ
Of hij tot Taqwa oproept?
أَرَءَيْتَ إِن كَذَّبَ وَتَوَلَّىٰٓ
Wat denk jij, als hij (Abôe Djahl) loochent en zich afwendt?
أَلَمْ يَعْلَم بِأَنَّ ٱللَّهَ يَرَىٰ
Weet hij dan niet dat Allah (hem) ziet?
كَلَّا لَئِن لَّمْ يَنتَهِ لَنَسْفَعًۢا بِٱلنَّاصِيَةِ
Nee, als hij niet ophoudt, dan zullen Wij hem bij zijn voorhoofdslok grijpen.
نَاصِيَةٍۢ كَٰذِبَةٍ خَاطِئَةٍۢ
Een leugenachtige, zondige voorhoofdslok.
فَلْيَدْعُ نَادِيَهُۥ
Laat hem dan zijn bondgenoten roepen.
سَنَدْعُ ٱلزَّبَانِيَةَ
Wij zullen de Zabâniyah roepen.
كَلَّا لَا تُطِعْهُ وَٱسْجُدْ وَٱقْتَرِب ۩
Nee, gehoorzaam hem niet, en kniel je neer en zoek toenadering (tot Allah).

Surah 97: Al-Qadr — القدر

إِنَّآ أَنزَلْنَٰهُ فِى لَيْلَةِ ٱلْقَدْرِ
Voorwaar, Wij hebben hem (de Koran) neergezonden in de Waardevolle Nacht (Lailatoel Qadr).
وَمَآ أَدْرَىٰكَ مَا لَيْلَةُ ٱلْقَدْرِ
En wat doet jullie weten wat de Waardevolle Nacht is?
لَيْلَةُ ٱلْقَدْرِ خَيْرٌۭ مِّنْ أَلْفِ شَهْرٍۢ
De Waardevolle Nacht is beter dan duizend maanden.
تَنَزَّلُ ٱلْمَلَٰٓئِكَةُ وَٱلرُّوحُ فِيهَا بِإِذْنِ رَبِّهِم مِّن كُلِّ أَمْرٍۢ
De Engelen en de Geest (Djibrîl) daalden in haar neer met de toestemming van hun Heer, voor elke beschikking.
سَلَٰمٌ هِىَ حَتَّىٰ مَطْلَعِ ٱلْفَجْرِ
Vrede heerst (in deze nacht), tot aan de ochtendschemering.

Surah 98: Al-Bayinah — البينة

لَمْ يَكُنِ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ مِنْ أَهْلِ ٱلْكِتَٰبِ وَٱلْمُشْرِكِينَ مُنفَكِّينَ حَتَّىٰ تَأْتِيَهُمُ ٱلْبَيِّنَةُ
De ongelovigen onder de Lieden van de Schrift en de veelgodenaanbidders houden niet op (ongelovig te zijn) tot er een duidelijk bewijs tot hen komt.
رَسُولٌۭ مِّنَ ٱللَّهِ يَتْلُوا۟ صُحُفًۭا مُّطَهَّرَةًۭ
Een Boodschapper van Allah die gereinigde bladen voordraagt.
فِيهَا كُتُبٌۭ قَيِّمَةٌۭ
Waarin rechtzinnige boeken (de Koran) zijn.
وَمَا تَفَرَّقَ ٱلَّذِينَ أُوتُوا۟ ٱلْكِتَٰبَ إِلَّا مِنۢ بَعْدِ مَا جَآءَتْهُمُ ٱلْبَيِّنَةُ
En degenen aan wie het Boek is gegeven splitsten zich pas op nadat het duidelijke bewijs tot hen gekomen was.
وَمَآ أُمِرُوٓا۟ إِلَّا لِيَعْبُدُوا۟ ٱللَّهَ مُخْلِصِينَ لَهُ ٱلدِّينَ حُنَفَآءَ وَيُقِيمُوا۟ ٱلصَّلَوٰةَ وَيُؤْتُوا۟ ٱلزَّكَوٰةَ ۚ وَذَٰلِكَ دِينُ ٱلْقَيِّمَةِ
Zij werden niets anders bevolen dan Allah met zuivere aanbidding te aanbidden, als Hoenafâ. En (ook) de shalât te verrichten en de zakât te geven en dat is de rechte godsdienst.
إِنَّ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ مِنْ أَهْلِ ٱلْكِتَٰبِ وَٱلْمُشْرِكِينَ فِى نَارِ جَهَنَّمَ خَٰلِدِينَ فِيهَآ ۚ أُو۟لَٰٓئِكَ هُمْ شَرُّ ٱلْبَرِيَّةِ
Voorwaar, degenen die ongelovig zijn onder de Lieden van de Schrift en de veelgodenaanbidders zullen in het vuur van de Hel eeuwig levenden zijn. Zij zijn degenen die de slechtste schepsels zijn.
إِنَّ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّٰلِحَٰتِ أُو۟لَٰٓئِكَ هُمْ خَيْرُ ٱلْبَرِيَّةِ
Voorwaar, degenen die geloven en goede werken verrichten, zij zijn degenen die de beste schepselen zijn.
جَزَآؤُهُمْ عِندَ رَبِّهِمْ جَنَّٰتُ عَدْنٍۢ تَجْرِى مِن تَحْتِهَا ٱلْأَنْهَٰرُ خَٰلِدِينَ فِيهَآ أَبَدًۭا ۖ رَّضِىَ ٱللَّهُ عَنْهُمْ وَرَضُوا۟ عَنْهُ ۚ ذَٰلِكَ لِمَنْ خَشِىَ رَبَّهُۥ
Hun beloningen bij hun Heer zijn de Tuinen van 'Adn (het Paradijs), waar de rivieren onder door stromen, zij zijn eeuwig levenden daarin, voor altijd. Allah is met hen behaagd en zij zijn met Hem behaagd. Dat is voor wie zijn Heer vreest.

Surah 99: Az-Zalzalah — الزلزلة

إِذَا زُلْزِلَتِ ٱلْأَرْضُ زِلْزَالَهَا
Wanneer de aarde door haar beving wordt geschud.
وَأَخْرَجَتِ ٱلْأَرْضُ أَثْقَالَهَا
En de aarde haar lasten naar buiten keert.
وَقَالَ ٱلْإِنسَٰنُ مَا لَهَا
En de mens zegt: "Wat is er met haar aan de hand?"
يَوْمَئِذٍۢ تُحَدِّثُ أَخْبَارَهَا
Op die Dag zal zij haar berichten bekendmaken.
بِأَنَّ رَبَّكَ أَوْحَىٰ لَهَا
Omdat jouw Heer het haar bevolen heeft.
يَوْمَئِذٍۢ يَصْدُرُ ٱلنَّاسُ أَشْتَاتًۭا لِّيُرَوْا۟ أَعْمَٰلَهُمْ
Op die Dag zullen de mensen in verschillende groepen tevoorschijn komen om hun daden te zien.
فَمَن يَعْمَلْ مِثْقَالَ ذَرَّةٍ خَيْرًۭا يَرَهُۥ
Wie iets goeds deed ter grootte van een mosterdzaadje, zal het dan zien.
وَمَن يَعْمَلْ مِثْقَالَ ذَرَّةٍۢ شَرًّۭا يَرَهُۥ
En wie iets kwaads deed ter grootte van een mosterdzaadje, zal het dan zien.

Surah 100: Al-Adiyat — العاديات

وَٱلْعَٰدِيَٰتِ ضَبْحًۭا
Bij de snuivend voortrennenden.
فَٱلْمُورِيَٰتِ قَدْحًۭا
Die vonken slaan.
فَٱلْمُغِيرَٰتِ صُبْحًۭا
Die in de ochtendschemering aanvallen.
فَأَثَرْنَ بِهِۦ نَقْعًۭا
Die daarbij stof opwerpen.
فَوَسَطْنَ بِهِۦ جَمْعًا
Die dan het midden van de gelederen (van de vijand) doorbreken.
إِنَّ ٱلْإِنسَٰنَ لِرَبِّهِۦ لَكَنُودٌۭ
Voorwaar, de mens is zijn Heer zeker ondankbaar.
وَإِنَّهُۥ عَلَىٰ ذَٰلِكَ لَشَهِيدٌۭ
En voorwaar, hij is daar zeker getuige van.
وَإِنَّهُۥ لِحُبِّ ٱلْخَيْرِ لَشَدِيدٌ
En voorwaar, hij heeft zeker een hevige liefde voor bezit.
۞ أَفَلَا يَعْلَمُ إِذَا بُعْثِرَ مَا فِى ٱلْقُبُورِ
Weet hij dan niet dat, wanneer naar buiten wordt gekeerd wat in de graven is.
وَحُصِّلَ مَا فِى ٱلصُّدُورِ
En onthuld wordt wat in de harten is.
إِنَّ رَبَّهُم بِهِمْ يَوْمَئِذٍۢ لَّخَبِيرٌۢ
Dat hun Heer op die Dag zeker Alwetend over hen is?

Surah 101: Al-Qariah — القارعة

ٱلْقَارِعَةُ
De Daverende (De Dag der Opstanding).
مَا ٱلْقَارِعَةُ
Wat is de Daverende?
وَمَآ أَدْرَىٰكَ مَا ٱلْقَارِعَةُ
En wat doet jou weten wat de Daverende is?
يَوْمَ يَكُونُ ٱلنَّاسُ كَٱلْفَرَاشِ ٱلْمَبْثُوثِ
Op de Dag dat de mensen als verstrooide motten zijn.
وَتَكُونُ ٱلْجِبَالُ كَٱلْعِهْنِ ٱلْمَنفُوشِ
En de bergen als vespreide wolvlokken.
فَأَمَّا مَن ثَقُلَتْ مَوَٰزِينُهُۥ
Wat betreft degene van wie dan zijn weegschaal (met goede daden) zwaar weegt.
فَهُوَ فِى عِيشَةٍۢ رَّاضِيَةٍۢ
Hij zal een behaaglijk leven leiden.
وَأَمَّا مَنْ خَفَّتْ مَوَٰزِينُهُۥ
En wat betreft degene van wie zijn weegschaal licht weegt.
فَأُمُّهُۥ هَاوِيَةٌۭ
Zijn verblijfplaats is dan Hawiyah*2 (de Hel).
وَمَآ أَدْرَىٰكَ مَا هِيَهْ
En wat doet jou weten wat zij is?
نَارٌ حَامِيَةٌۢ
Een verbandende Hel.

Surah 102: Al-Takathur — التكاثر

أَلْهَىٰكُمُ ٱلتَّكَاثُرُ
Jullie gaan op in de wedijver om meer.
حَتَّىٰ زُرْتُمُ ٱلْمَقَابِرَ
Totdat jullie in de graven terechtkomen.
كَلَّا سَوْفَ تَعْلَمُونَ
Nee, jullie zullen het weten.
ثُمَّ كَلَّا سَوْفَ تَعْلَمُونَ
Nogmaals, nee! Jullie zullen het weten.
كَلَّا لَوْ تَعْلَمُونَ عِلْمَ ٱلْيَقِينِ
Nee! Als jullie het maar met zekere kennis zouden weten!
لَتَرَوُنَّ ٱلْجَحِيمَ
Jullie zullen zeker de Hel zien.
ثُمَّ لَتَرَوُنَّهَا عَيْنَ ٱلْيَقِينِ
Nogmaals, jullie zullen haar met een zeker oog zien.
ثُمَّ لَتُسْـَٔلُنَّ يَوْمَئِذٍ عَنِ ٱلنَّعِيمِ
Dan zullen jullie op die Dag ondervraagd worden over de genietingen.

Surah 103: Al-Asr — العصر

وَٱلْعَصْرِ
Bij de tijd.
إِنَّ ٱلْإِنسَٰنَ لَفِى خُسْرٍ
Voorwaar, de mens lijdt zeker verlies.
إِلَّا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّٰلِحَٰتِ وَتَوَاصَوْا۟ بِٱلْحَقِّ وَتَوَاصَوْا۟ بِٱلصَّبْرِ
Behalve degenen die geloven en goede daden verrichten en elkaar aansporen tot de Waarheid en elkaar aansporen tot geduld.

Surah 104: Al-Humazah — الهمزة

وَيْلٌۭ لِّكُلِّ هُمَزَةٍۢ لُّمَزَةٍ
Wee elke lasteraar en roddelaar.
ٱلَّذِى جَمَعَ مَالًۭا وَعَدَّدَهُۥ
Degene die bezit verzamelt en het telkens telt.
يَحْسَبُ أَنَّ مَالَهُۥٓ أَخْلَدَهُۥ
Hij denkt dat zijn bezit hem eeuwiglevend maakt.
كَلَّا ۖ لَيُنۢبَذَنَّ فِى ٱلْحُطَمَةِ
Nee! Hij zal zeker in de vernietiger gesmeten worden.
وَمَآ أَدْرَىٰكَ مَا ٱلْحُطَمَةُ
En wat doet jou weten wat de vernietiger is?
نَارُ ٱللَّهِ ٱلْمُوقَدَةُ
Het door Allah aangestoken Vuur (de Hel).
ٱلَّتِى تَطَّلِعُ عَلَى ٱلْأَفْـِٔدَةِ
Dat tot in de harten doordringt.
إِنَّهَا عَلَيْهِم مُّؤْصَدَةٌۭ
Voorwaar, het zal hen omhullen.
فِى عَمَدٍۢ مُّمَدَّدَةٍۭ
In langgerekte zuilen.

Surah 105: Al-Fil — الفيل

أَلَمْ تَرَ كَيْفَ فَعَلَ رَبُّكَ بِأَصْحَٰبِ ٱلْفِيلِ
Heb jij niet vernomen hoe jouw Heer met de mensen van de olifant heeft gehandeld?
أَلَمْ يَجْعَلْ كَيْدَهُمْ فِى تَضْلِيلٍۢ
Heeft Hij hun plan niet verijdeld?
وَأَرْسَلَ عَلَيْهِمْ طَيْرًا أَبَابِيلَ
En Hij heeft over hen zwermen vogels gezonden.
تَرْمِيهِم بِحِجَارَةٍۢ مِّن سِجِّيلٍۢ
Die stenen van klei op hen wierpen.
فَجَعَلَهُمْ كَعَصْفٍۢ مَّأْكُولٍۭ
Zo maakte Hij hen als (door wormen) aangevreten bladeren.

Surah 106: Quraish — قريش

لِإِيلَٰفِ قُرَيْشٍ
Vanwege de gewoonte*1 van de Qoeraisj.
إِۦلَٰفِهِمْ رِحْلَةَ ٱلشِّتَآءِ وَٱلصَّيْفِ
Hun gewoonte van het maken van tochten in de winter en de zomer.
فَلْيَعْبُدُوا۟ رَبَّ هَٰذَا ٱلْبَيْتِ
Daarom moeten zij de Heer van dit Huis aanbidden.
ٱلَّذِىٓ أَطْعَمَهُم مِّن جُوعٍۢ وَءَامَنَهُم مِّنْ خَوْفٍۭ
Degene Die hun tegen de honger voedt en hen veilig stelt voor de angst.

Surah 107: Al-Ma'un — الماعون

أَرَءَيْتَ ٱلَّذِى يُكَذِّبُ بِٱلدِّينِ
Weet jij wie degene is die (de Dag van) het Oordeel loochent?
فَذَٰلِكَ ٱلَّذِى يَدُعُّ ٱلْيَتِيمَ
Dat is degene die de wees wegduwt.
وَلَا يَحُضُّ عَلَىٰ طَعَامِ ٱلْمِسْكِينِ
En hij spoort niet aan tot het geven van voedsel aan de behoeftigen.
فَوَيْلٌۭ لِّلْمُصَلِّينَ
Wee dan de verrichters van de shalât,
ٱلَّذِينَ هُمْ عَن صَلَاتِهِمْ سَاهُونَ
Degenen die onachtzaam zijn met hun shalât.
ٱلَّذِينَ هُمْ يُرَآءُونَ
Degenen die er een vertoning van maken.
وَيَمْنَعُونَ ٱلْمَاعُونَ
En die de levensbenodigdheden tegenhouden.

Surah 108: Al-Kauthar — الكوثر

إِنَّآ أَعْطَيْنَٰكَ ٱلْكَوْثَرَ
Waarlijk, Wij hebben jou de overvloed geschonken.
فَصَلِّ لِرَبِّكَ وَٱنْحَرْ
Verricht daarom de shalât voor jouw Heer en slacht offerdieren.
إِنَّ شَانِئَكَ هُوَ ٱلْأَبْتَرُ
Voorwaar, jouw hater, hij is het die afgesneden is.

Surah 109: Al-Kafirun — الكافرون

قُلْ يَٰٓأَيُّهَا ٱلْكَٰفِرُونَ
Zeg (O Mohammed): "O ongelovigen.
لَآ أَعْبُدُ مَا تَعْبُدُونَ
Ik aanbid niet wat jullie aanbidden.
وَلَآ أَنتُمْ عَٰبِدُونَ مَآ أَعْبُدُ
En jullie zijn geen aanbidders van wat ik aanbid.
وَلَآ أَنَا۠ عَابِدٌۭ مَّا عَبَدتُّمْ
En ik zal nooit een aanbidder worden van wat jullie aanbidden.
وَلَآ أَنتُمْ عَٰبِدُونَ مَآ أَعْبُدُ
En jullie zullen nooit aanbidders worden van wat ik aanbid.
لَكُمْ دِينُكُمْ وَلِىَ دِينِ
Daarom, voor jullie jullie godsdienst en voor mij mijn godsdienst.

Surah 110: An-Nasr — النصر

إِذَا جَآءَ نَصْرُ ٱللَّهِ وَٱلْفَتْحُ
Als de hulp van Allah en de overwinning zijn gekomen.
وَرَأَيْتَ ٱلنَّاسَ يَدْخُلُونَ فِى دِينِ ٱللَّهِ أَفْوَاجًۭا
En jij (O Mohammed) de mensen in grote groepen tot de godsdienst van Allah ziet toetreden.
فَسَبِّحْ بِحَمْدِ رَبِّكَ وَٱسْتَغْفِرْهُ ۚ إِنَّهُۥ كَانَ تَوَّابًۢا
Prijs dan de Glorie van jouw Heer en vraag Hem om vergeving. Voorwaar, Hij is Berouwaanvaardend.

Surah 111: Al-Masad — المسد

تَبَّتْ يَدَآ أَبِى لَهَبٍۢ وَتَبَّ
Vernietigd zijn de handen van Aboe Lahab en vernietigd is hij.
مَآ أَغْنَىٰ عَنْهُ مَالُهُۥ وَمَا كَسَبَ
Zijn bezit en wat hij voortbracht, baat hem niet.
سَيَصْلَىٰ نَارًۭا ذَاتَ لَهَبٍۢ
Hij zal een vuur van vlammen (de Hel) binnengaan.
وَٱمْرَأَتُهُۥ حَمَّالَةَ ٱلْحَطَبِ
En ook zijn vrouw, aandraagster van brandhout.
فِى جِيدِهَا حَبْلٌۭ مِّن مَّسَدٍۭ
Om haar nek een touw van vezels.

Surah 112: Al-Ikhlas — الإخلاص

قُلْ هُوَ ٱللَّهُ أَحَدٌ
Zeg: "Hij is Allah, de Enige.
ٱللَّهُ ٱلصَّمَدُ
Allah is de Enige van Wie al het geschapene afhankelijk is.
لَمْ يَلِدْ وَلَمْ يُولَدْ
Hij heeft niet verwekt en is niet verwekt.
وَلَمْ يَكُن لَّهُۥ كُفُوًا أَحَدٌۢ
En niet één is aan Hem gelijkwaardig."

Surah 113: Al-Falaq — الفلق

قُلْ أَعُوذُ بِرَبِّ ٱلْفَلَقِ
Zeg: "Ik zoek bescherming bij de Heer der dageraad.
مِن شَرِّ مَا خَلَقَ
Tegen het kwaad dat Hij geschapen heeft.
وَمِن شَرِّ غَاسِقٍ إِذَا وَقَبَ
En tegen het kwaad van de donkere nacht wanneer hij aanbreekt.
وَمِن شَرِّ ٱلنَّفَّٰثَٰتِ فِى ٱلْعُقَدِ
En tegen het kwaad van hen die op knopen blazen.
وَمِن شَرِّ حَاسِدٍ إِذَا حَسَدَ
En tegen het kwaad van een jaloerse wanneer deze jaloers is."

Surah 114: An-Nas — الناس

قُلْ أَعُوذُ بِرَبِّ ٱلنَّاسِ
Zeg: "Ik zoek bescherming bij de Heer van de mensen.
مَلِكِ ٱلنَّاسِ
De Koning van de mensen.
إِلَٰهِ ٱلنَّاسِ
De God van de mensen.
مِن شَرِّ ٱلْوَسْوَاسِ ٱلْخَنَّاسِ
Tegen het kwaad van de wegsluipende influisteraar.
ٱلَّذِى يُوَسْوِسُ فِى صُدُورِ ٱلنَّاسِ
Degene die in de harten van de mensen influistert.
مِنَ ٱلْجِنَّةِ وَٱلنَّاسِ
Van de Djinn's en de mensen.